![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Jan
Bonefaas componeerde zijn “Te
Deum”in 1987, ter gelegenheid van zijn 45-jarig organisten jubileum.
Hij volge daarbij de zogenaamde
Ambrosiaanse Lofzang, zoals die ook voorkomt in
het “Liedboek der Kerken” als gezag 444. De tekst
is dus al heel oud. Het is een werk wat het nodige vergt van degene die het
uitvoeren. Het koor, soms achtstemmig, de solisten en de twee organisten
moeten goed op elkaar zijn ingespeeld.
Het werk is vanuit het geloof geschreven maar liefde voor muziek en groot
vakmaschap zijn nodig om dit werk te componeren en
daarna te realiseren.
De basis waarop dit werk is gecomponeerd en wordt uitgevoerd, is toch gelegen
in die ene zin die J.S. Bach ook altijd boven zijn
werken schreef:
"Soli Deo Gloria”
Zie ook de
recensie, geschreven door dhr Muijs van de
Gorinchemse Courant.
-terug-
| CD 9201/DDD/Dick van Schuppen studio | ||
| Medewerkenden; | Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier | |
| Jan Bonefaas, orgel |
De Missa Solemnis of Plechtige Mis is gecomponeerd door Jan Bonefaas. Het is een mengeling van uitbundige jubel en devote overdenking. Jan Boenfaas componeerde dit werk voor zijn vijftig jarig jubileum als organist in juni 1992.
De tekst van een mis bevat binnen de vaste delen, grote contrasten. Die onder meer uitgebeeld worden in dynamische schakeringen, wijzigingen in maatsoorten, tonaliteiten en accoordverbindingen. Ook worden tegenstellingen weergegeven door een wisselend gebruik van homofonie en polyfonie onder de voorwaarde dat er evenwichtigheid ontstaat.
Kyrie~
Het Kyrie bestaat uit drie delen; Kyrie
eleison, Christe
eleison en dan weer Kyrie
eleson. Het derde deel lijkt een herhaling van het eerste. Toch krijgt
dit deel, na de tweede gehoord te hebben, een andere gestalte, het vormt meer
een samenvatting van het voorafgaande. In deze mis is er dan ook geen sprake van
een herhaling, maar er is gekozen voor een cyclische vorm, waarin beide thema’s
tegelijkertijd met het tweede tegenover elkaar geplaatst worden.
Gloria~
Het Gloria begint met een tekst
uit Lucas 2; “Gloria in
excelsis Deo”. De engelen zongen deze tekst
welliswaar, maar worden toch dikwijls afgebeeld met trompetten en
bazuinen. Vandaar de fanfare-achtige opzet van dit
deel dat overgaat in een mars, een parade, waarbij als het ware de “de stoet der
heiligen”hulde brengen aan Hem, die op de troon zit. “Laudamus
Te”(zie het boek Openbaring). Een belangrijk deel van het Gloria is gewijd aan
de “Zoon des Vaders”, eerst als de lijdende Christus, genoteerd in
Gis-kleine terts, vanwege de mystieke eigenschappen
van deze toonaard en later in B-grote terts, wanneer
Christus als Triomfator bezongen wordt.Steeds treden de
fanafare-achtige motieven naar voren om de stoet in gedachten te houden.
Het Gloria eindigt met een plechtige fuga, klassiek van karakter, gewijd aan de
Heilige Geest (“Cum Sancto
Spiritu”)
Credo~
De tekst van het Gloria is de
geloofsbelijdenis van Nicea. Geloven en belijden is
zeker weten, vandaar de robuuste vormgeving bij de aanvang. Deze vorm is
gebaseerd op een drieklank die de Drieeenheid
symboliseert. Ook wordt daarbij, in de oorspronkelijke vorm
of in varianten, aangegeven dat een nieuw deel aanstaande is. Tegenover
het robuuste begin staan de serene klanken bij het wonder van
Çhristus’ menswording (incamatie).
Ook het lijden van Christus gedragen op de melodie van Psalm 40 “Ik ben gekomen
om Uw wil te doen” geeft zo’n contrast. De
Paasmorgen kondigt zich aan met een toccata voor
orgel. Mensenstemmen voegen zich daar later bij, leggen de verbindingen naar de
Hemelvaart, om in de jubelzang de Doop, de Vergeving der zonden en de Kerk in
het geheel te betrekken.Er loopt een parallel tussen de opstanding van Christus,
“de Eersteling” en hen die in Christus ontslapen zijn. In de muziek wordt dat
weergegeven in meerstemmigheid. Het is een grote jubel die plotseling verstomt
in “het eeuwige hemelse leven”. Het geeft de schoonheid van
het onbekende aan waarvan thematisch reeds de kiem gelegd is gelegd is
bij het “gezeten zijn aan de rechterhand des Vaders!”(Ad
dexteram Patris!)
Offertorium~ Het offertorium is
een korte overdenking voor orgel, ook weer sterk cyclisch en
canonisch gecomponeerd.
Sanctus~ De oorsprong van
het Sanctus voert ons naar de tempel. (Zie het boek
van de profeet Jesaja 6). In felle kleuren die, door
de vormgeving in de klanken, aan de kleuren van Chagalls’
doeken doet denken, wordt de heiligheid van God bejubeld. In een deemoedige
aanbidding, waarbij de sopranen gebruik maken van kerktoon reeks, wordt een
extra dimensie gegeven aan deze schildering. Een martiaal
majeur-thema voltooit dit deel (“Pleni
sunt…”).
Benedictus~
Het Benedictus is
sterk meditatief van karakter. Een dalend motief “Zegenend vanuit de hoge”)
wordt ook binnen de stemmen canonisch verwerkt om
daarna ui te breken in een jubelend “Hosanna”. In de vormgeving geeft dit een
groot contrast waarbij een klassiek fuga-thema
speels wordt begeleid en voert tot een groots “Hosanna in
Excelsis”.
Agnus
Dei~ Zoals Mathias
Grünewald, op zijn veelluik van het “Issenheimer
Altar”, de lange wijsvinger richtte op het Lam Gods,
zo begint het Agnus Dei met een lange toon. Daarna
krijgt het “Dona nobis
Pacem”een ander kleur, maar valt toch weer terug op
het beginthema van het Agnus Dei. Het “Qui
tollis peccata mundi”wordt
daarentegen ‘á capella’
gezongen. Het is subtiel gehouden om de aandacht te blijven richten op het Lam
Gods.
-terug-
| CD 5556/ DDD/De Bazuin | ||
| Medewerkenden; | Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier | |
| Jan Bonefaas, orgel | ||
| Harmen Klaver, trompet | ||
| Arjan Roos, pauken | ||
| Steven Hans Voschezang, tenor | ||
| Hans Bruin, piano | ||
| Annemarie Bonefaas, fluit | ||
| Peter van Essen, viool |
De “CAROL SYMFONIE” is een oorspronkelijke compositie van musicus/organist Jan Bonefaas, geschreven in 1992. Het werk bevat een groot aantal bekende kerstliederen, die op verschillende manieren zijn gerangschikt en verwerkt, deels afzonderlijk, maar ook op enkele plaatsen tegenover elkaar. Mede door het gebruik van instrumenten als viool, fluit, trompet, pauken piano en orgel is er met het gemengde koor een symfonisch geheel verkregen, dat dikwijls verrassende klankkleuren oplevert. Inhoudelijk vormen de zeven delen, waaruit deze “Carol Symfonie”is opgebouwd, ten opzichte van elkaar soms grote tegenstellingen. Bovendien is binnen de onderscheiden delen mede door de instrumentaties en modulaties een zodanige spanning verkregen, die deze compositie tot de laatste tonen boeiend houdt.
De titel is geïnspireerd door de engelse traditie, waar de Carols veelal op symfonische wijze worden uitgevoerd. Speciaal voor deze CD heeft Jan Bonefaas nog twee werken geschreven. Allereerst een bewerking van het lied “Nu syt wellekome”voor tenor, vierstemmig gemengd koor en orgel. Daarnaast een compositie voor orgel: koraal en negen variaties over “Ik kniel aan Uwe kribbe neer”. De CD wordt geopend met een stralende improvisatie over het kerstgezang “Looft God gy christ’nen, maakt Hem groot”.
-terug-
| De Openbaring | BM 2008-2/DDD/ Cantilena | |
|
van Jezus Christus aan Johannes |
||
| Medewerkenden; | Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier | |
| Jan Bonefaas, orgel | ||
| Joke de Vin, alt | ||
| Ludwig van Gijsegem, tenor | ||
![]() |
Door Jan
Bonefaas~ Het is fascinerend om te zien hoe vanaf de beginnende kerk Kunstenaars
het laatste bijbelboek (de Apocalypse) gebruikt
hebben als bron van inspiratie. Iconen, schilderijen, muurschilderingen en
glas-in-lood-ramen getuigen hiervan. In 1498 gaf de
beroemde Neurenbergse kunstenaar
Alfred Düner zijn “Grote
Boek” uit. Deze veertien houtsneden zijn geheel gewijd aan Openbaring. De
voorstellingen zijn letterlijk en figuurlijkuit de
Bijbel overgenomen. Dit gebeurde achter niet altijd. Zo dient bijvoorbeeld in
1534 in de Wittenberg Bibel
de slotkerk van de Wittenberg als decor, compleet
met de kansel van Luther, voor het visioen van de
“tempelmeting, de twee getuigen en het beest”. Het is nuttig het boek van Prof.
Dr. Frits van der Meer hier op na te slaan om een
indruk te krijgen wat door kunstenaarshanden is voortgebracht. In de muziek is
het helaas anders gesteld, althans voorzover mij bekend. Voor een componist is
het veel moeilijker om visioenen te transformeren in klanken. De gevaren zijn
niet ondenkbeeldig dat interpretaties de plank totaal mis slaan. Om dat te
voorkomen is door mij een keuze gemaakt uit teksten, die naar mijn mening goed
konden dienen om te transformeren in klanken.
Mijns inziens handelt Openbaring niet alleen over de ondergang van de wereld,
maar vooral over de gelukzaligen die hun God zullen zien na de uiteindelijke
beproeving. Het is een troostboek voor al de gelovigen van alle tijden.
Zonder een inleiding, ouverture of openingskoor begint de tenor rechtstreeks met
een recitatief: De Openbaring van Jezus
Christus die God aan Johannes gaf (Openb.
1:1,2), waarop het koor instemt met de woorden van vers 3:
“Zalig is hij die leest en zij die horen”.
De alt neemt het recitatief over uit vers 9 en 10 en vervolgt met de
opdracht: “Schrijf wat
gij gezien hebt”.
Het koor vervolgt met en fuga: “Ik ben de
Alpha en de Omega, de eerste en de
laatste”. De tekst
“Ziet, Hij komt op de wolken”, is
getoonzet voor de alt. Het eerste deel wordt afgesloten met een koraal “Nog
eens zal Hij verschijnen”.
Het tweede deel handel over “Het
Lam en de boekrol”, waarin “Wie
is waardig het boek te openen” domineert.
Solisten in recitatieven en aria geven weer dat niemand waardig bevonden wordt,
hetgeen uitloopt op
Psalm 40 voor het koor. Dan volgt
een antwoord gezongen door het koor, dat het Lam Gods waardig bevonden wordt het
boek te openen. Het koraal “Het Lam voor ons op aard
geslacht” vormt het slot van het slot van het tweede deel.
Het derde deel handelt over “Micaël en zijn engelen,
strijdend met de draak”. Dit
gedeelte wordt gezongen door tenor en alt. Daarna
zingt het koor triomferend “Nu is verschenen
het Heil”. Na de alt-aria
“Ze
hebben overwonnen”eindigt dit deel met een door het koor gefigureerd
geschreven koraal “Hij overwon met
leeuwenmoed”.
Het vierde en laatste deel gaat over het Nieuwe Jeruzalem ingeleid
door een tenor-aria “Ïk
zag de Heilige stad”.
Alt en koor vervolgen met “ En
God zal alle tranen van hun ogen afwissen”. Een dubbelfuga op het
“Amen” wordt door het koor gezongen,
waarna de hymne “Jezus
Christus triomfator” klinkt. Een duet voor solisten handelt over
“de Geest en de Bruid”.
Wanneer in het begin van Openbaring het gaat over
“de Alfa en de Omega”, dan is het
een stem die spreekt. Aan het slot van Openbaring is het Christus zelf die zegt:
Ik ben de Alpha
en de Omega”. Vandaar dat deze tekst in een andere toonaard is
genoteerd dan in het eerste deel. Het koraal
“Hoe is mijn hart in U verblijdt” vormt de afsluiting van dit
oratorium.
-terug-
| Najaarsconcert | Cantilena/MM2042/DDD/2000 | |
| Medewerkenden; | Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier | |
| Anneke Kaai, diavertolking | ||
| Pim vd Hoff, spreekstem | ||
| Jan Bonefaas, orgel | ||
|
|
Op 14 oktober 2000 vond een
byzonder concert plaats in de Grote Kerk van Gorinchem. Naast het beluisteren
van de muziek, werden gelijktijdig passende dia's vertoont. Er werden
(bewerkingen van) psalmen uitgevoerd door koor en orgel. De vertoonde dia's
waren van de schilderijen uit de Psalmen-serie van Anneke Kaai.
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van Psalm 150 Stanford. Het betreft hier een live-opname.
-terug-
| The Deum Laudamus | Cantilena/MM2063/DDD/2001 | |
| Medewerkenden; | Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier | |
| Ludwig van Gijsegem, tenor | ||
| Jan Bonefaas, orgel | ||
|
|
Op 13 oktober 2001 verzorgde
Het Maartenskoor een najaarsconcert in de Grote Kerk te Gorinchem. Uitgevoerd
werden onder meer het te Deum van Otto Olsson en het Te Deum van Jan Bonefaas.
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van 'Christ triumphant ever Reigning',
waarbij u een samenspel hoort van de solist, koor en orgel. Het betreft hier een live-opname.
-terug-
Op 6 mei 2003 verzorgde het
Maartenskoor, onder leiding van Poula de Gier, een bevrijdingscondert in
samenwerking met het alom bekende Gloria Dei Chorale afkomstig uit Vancouver
(Canada).
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van 'Heer herinner U de namen'. Het
betreft hier een live-opname.
-terug-