-Klik voor meer informatie op de cd-afbeelding-

 

 

 

 

 

“Te Deum” van Jan Bonefaas    Mira 299354/DDD/2002
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula Bonefaas - de Gier
    Diane Verdoodt, sopraan
    Joke de Vin, alt
    Ludwig van Gijsegem, tenor
    Jan Mulder, portatief
    Jan Bonefaas, orgel
   

Jan Bonefaas componeerde zijn “Te Deum”in 1987, ter gelegenheid van zijn 45-jarig organisten jubileum. Hij volge daarbij de zogenaamde Ambrosiaanse Lofzang, zoals die ook voorkomt in het Liedboek der Kerken” als gezag 444. De tekst is dus al heel oud. Het is een werk wat het nodige vergt van degene die het uitvoeren. Het koor, soms achtstemmig, de solisten en de twee organisten moeten goed op elkaar zijn ingespeeld.
Het werk is vanuit het geloof geschreven maar liefde voor muziek en groot vakmaschap zijn nodig om dit werk te componeren en daarna te realiseren.
De basis waarop dit werk is gecomponeerd en wordt uitgevoerd, is toch gelegen in die ene zin die J.S. Bach ook altijd boven zijn werken schreef:
"Soli Deo Gloria”

Zie ook de recensie, geschreven door dhr Muijs van de Gorinchemse Courant.

-terug-

 

 

Missa Solemnis  ‘Jesus Dominus

  CD 9201/DDD/Dick van Schuppen studio
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Jan Bonefaas, orgel

De Missa Solemnis of Plechtige Mis is gecomponeerd door Jan Bonefaas. Het is een mengeling van uitbundige jubel en devote overdenking. Jan Boenfaas componeerde dit werk voor zijn vijftig jarig jubileum als organist in juni 1992.

De tekst van een mis bevat binnen de vaste delen, grote contrasten. Die onder meer uitgebeeld worden in dynamische schakeringen, wijzigingen in maatsoorten, tonaliteiten en accoordverbindingen. Ook worden tegenstellingen weergegeven door een wisselend gebruik van homofonie en polyfonie onder de voorwaarde dat er evenwichtigheid ontstaat.

Kyrie~ Het Kyrie bestaat uit drie delen; Kyrie eleison, Christe eleison en dan weer Kyrie eleson. Het derde deel lijkt een herhaling van het eerste. Toch krijgt dit deel, na de tweede gehoord te hebben, een andere gestalte, het vormt meer een samenvatting van het voorafgaande. In deze mis is er dan ook geen sprake van een herhaling, maar er is gekozen voor een cyclische vorm, waarin beide thema’s tegelijkertijd met het tweede tegenover elkaar geplaatst worden.
Gloria~ Het Gloria begint met een tekst uit Lucas 2; “Gloria in excelsis Deo”. De engelen zongen deze tekst welliswaar, maar worden toch dikwijls afgebeeld met trompetten en bazuinen. Vandaar de fanfare-achtige opzet van dit deel dat overgaat in een mars, een parade, waarbij als het ware de “de stoet der heiligen”hulde brengen aan Hem, die op de troon zit. “Laudamus Te”(zie het boek Openbaring). Een belangrijk deel van het Gloria is gewijd aan de “Zoon des Vaders”, eerst als de lijdende Christus, genoteerd in Gis-kleine terts, vanwege de mystieke eigenschappen van deze toonaard en later in B-grote terts, wanneer Christus als Triomfator bezongen wordt.Steeds treden de fanafare-achtige motieven naar voren om de stoet in gedachten te houden. Het Gloria eindigt met een plechtige fuga, klassiek van karakter, gewijd aan de Heilige Geest (“Cum Sancto Spiritu”)
Credo~ De tekst van het Gloria is de geloofsbelijdenis van Nicea. Geloven en belijden is zeker weten, vandaar de robuuste vormgeving bij de aanvang. Deze vorm is gebaseerd op een drieklank die de Drieeenheid symboliseert. Ook wordt daarbij, in de oorspronkelijke vorm of in varianten, aangegeven dat een nieuw deel aanstaande is. Tegenover het robuuste begin staan de serene klanken bij het wonder van Çhristus’ menswording (incamatie). Ook het lijden van Christus gedragen op de melodie van Psalm 40 “Ik ben gekomen om Uw wil te doen”  geeft zo’n contrast. De Paasmorgen kondigt zich aan met een toccata voor orgel. Mensenstemmen voegen zich daar later bij, leggen de verbindingen naar de Hemelvaart, om in de jubelzang de Doop, de Vergeving der zonden en de Kerk in het geheel te betrekken.Er loopt een parallel tussen de opstanding van Christus, “de Eersteling” en hen die in Christus ontslapen zijn. In de muziek wordt dat weergegeven in meerstemmigheid. Het is een grote jubel die plotseling verstomt in “het eeuwige hemelse leven”. Het geeft de schoonheid van het onbekende aan waarvan thematisch reeds de kiem gelegd is gelegd is bij het “gezeten zijn aan de rechterhand des Vaders!”(Ad dexteram Patris!)
Offertorium~ Het offertorium is een korte overdenking voor orgel, ook weer sterk cyclisch en canonisch gecomponeerd.
Sanctus~
De oorsprong van het Sanctus voert ons naar de tempel. (Zie het boek van de profeet Jesaja 6). In felle kleuren die, door de vormgeving in de klanken, aan de kleuren van Chagalls’ doeken doet denken, wordt de heiligheid van God bejubeld. In een deemoedige aanbidding, waarbij de sopranen gebruik maken van kerktoon reeks, wordt een extra dimensie gegeven aan deze schildering. Een martiaal majeur-thema voltooit dit deel (“Pleni sunt…”).
Benedictus~ Het Benedictus is sterk meditatief van karakter. Een dalend motief “Zegenend vanuit de hoge”) wordt ook binnen de stemmen canonisch verwerkt om daarna ui te breken in een jubelend “Hosanna”. In de vormgeving geeft dit een groot contrast waarbij een klassiek fuga-thema speels wordt begeleid en voert tot een groots “Hosanna in Excelsis”.
Agnus Dei~ Zoals Mathias Grünewald, op zijn veelluik van het “Issenheimer Altar”, de lange wijsvinger richtte op het Lam Gods, zo begint het Agnus Dei met een lange toon. Daarna krijgt het “Dona nobis Pacem”een ander kleur, maar valt toch weer terug op het beginthema van het Agnus Dei. Het “Qui tollis peccata mundi”wordt daarentegen ‘á capella’ gezongen. Het is subtiel gehouden om de aandacht te blijven richten op het Lam Gods.

-terug-

 

 

 

 

 

 

Komt verwondert U

  CD 5556/ DDD/De Bazuin 
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Jan Bonefaas, orgel
    Harmen Klaver, trompet
    Arjan Roos, pauken
    Steven Hans Voschezang, tenor
    Hans Bruin, piano
    Annemarie Bonefaas, fluit
    Peter van Essen, viool

De “CAROL SYMFONIE” is een oorspronkelijke compositie van musicus/organist Jan Bonefaas, geschreven in 1992. Het werk bevat een groot aantal bekende kerstliederen, die op verschillende manieren zijn gerangschikt en verwerkt, deels afzonderlijk, maar ook op enkele plaatsen tegenover elkaar. Mede door het gebruik van instrumenten als viool, fluit, trompet, pauken piano en orgel is er met het gemengde koor een symfonisch geheel verkregen, dat dikwijls verrassende klankkleuren oplevert. Inhoudelijk vormen de zeven delen, waaruit deze “Carol Symfonie”is opgebouwd, ten opzichte van elkaar soms grote tegenstellingen. Bovendien is binnen de onderscheiden delen mede door de instrumentaties en modulaties een zodanige spanning verkregen, die deze compositie tot de laatste tonen boeiend houdt.

De titel is geïnspireerd door de engelse traditie, waar de Carols veelal op symfonische wijze worden uitgevoerd. Speciaal voor deze CD heeft Jan Bonefaas nog twee werken geschreven. Allereerst een bewerking van het lied “Nu syt wellekome”voor tenor, vierstemmig gemengd koor en orgel. Daarnaast een compositie voor orgel: koraal en negen variaties over “Ik kniel aan Uwe kribbe neer”. De CD wordt geopend met een stralende improvisatie over het kerstgezang “Looft God gy christnen, maakt Hem groot”.

-terug-

 

 

 

 

 

 

De Openbaring   BM 2008-2/DDD/ Cantilena

van Jezus Christus aan Johannes

   
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Jan Bonefaas, orgel
    Joke de Vin, alt
    Ludwig van Gijsegem, tenor
   

Door Jan Bonefaas~ Het is fascinerend om te zien hoe vanaf de beginnende kerk Kunstenaars het laatste bijbelboek (de Apocalypse) gebruikt hebben als bron van inspiratie. Iconen, schilderijen, muurschilderingen en glas-in-lood-ramen getuigen hiervan. In 1498 gaf de beroemde Neurenbergse kunstenaar Alfred Düner zijn “Grote Boek” uit. Deze veertien houtsneden zijn geheel gewijd aan Openbaring. De voorstellingen zijn letterlijk en figuurlijkuit de Bijbel overgenomen. Dit gebeurde achter niet altijd. Zo dient bijvoorbeeld in 1534 in de Wittenberg Bibel de slotkerk van de Wittenberg als decor, compleet met de kansel van Luther, voor het visioen van de “tempelmeting, de twee getuigen en het beest”. Het is nuttig het boek van Prof. Dr. Frits van der Meer hier op na te slaan om een indruk te krijgen wat door kunstenaarshanden is voortgebracht. In de muziek is het helaas anders gesteld, althans voorzover mij bekend. Voor een componist is het veel moeilijker om visioenen te transformeren in klanken. De gevaren zijn niet ondenkbeeldig dat interpretaties de plank totaal mis slaan. Om dat te voorkomen is door mij een keuze gemaakt uit teksten, die naar mijn mening goed konden dienen om te transformeren in klanken.
Mijns inziens handelt Openbaring niet alleen over de ondergang van de wereld, maar vooral over de gelukzaligen die hun God zullen zien na de uiteindelijke beproeving. Het is een troostboek voor al de gelovigen van alle tijden.
Zonder een inleiding, ouverture of openingskoor begint de tenor rechtstreeks met een recitatief: De Openbaring van Jezus Christus die God aan Johannes gaf (Openb. 1:1,2), waarop het koor instemt met de woorden van vers 3: “Zalig is hij die leest en zij die horen”.
De alt neemt het recitatief over uit vers 9 en 10 en vervolgt met de opdracht: “Schrijf wat gij gezien hebt”. Het koor vervolgt met en fuga: “Ik ben de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste”. De tekst “Ziet, Hij komt op de wolken”, is getoonzet voor de alt. Het eerste deel wordt afgesloten met een koraal “Nog eens zal Hij verschijnen”.
Het tweede deel handel over “Het Lam en de boekrol”, waarin “Wie is waardig het boek te openen” domineert. Solisten in recitatieven en aria geven weer dat niemand waardig bevonden wordt, hetgeen uitloopt op Psalm 40 voor het koor. Dan volgt een antwoord gezongen door het koor, dat het Lam Gods waardig bevonden wordt het boek te openen. Het koraal “Het Lam voor ons op aard geslacht” vormt het slot van het slot van het tweede deel.
Het derde deel handelt over “Micaël en zijn engelen, strijdend met de draak”. Dit gedeelte wordt gezongen door  tenor en alt. Daarna zingt het koor triomferend “Nu is verschenen het Heil”. Na de alt-aria  “Ze hebben overwonnen”eindigt dit deel met een door het koor gefigureerd geschreven koraal “Hij overwon met leeuwenmoed”.
Het vierde en laatste deel gaat over het Nieuwe Jeruzalem ingeleid door een tenor-ariaÏk zag de Heilige stad”.
Alt en koor vervolgen met “ En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”. Een dubbelfuga op het “Amen” wordt door het koor gezongen, waarna de hymne Jezus Christus triomfator” klinkt. Een duet voor solisten handelt over “de Geest en de Bruid”.
Wanneer in het begin van Openbaring het gaat over “de Alfa en de Omega”, dan is het een stem die spreekt. Aan het slot van Openbaring is het Christus zelf die zegt: Ik ben de Alpha en de Omega”. Vandaar dat deze tekst in een andere toonaard is genoteerd dan in het eerste deel. Het koraal “Hoe is mijn hart in U verblijdt” vormt de afsluiting van dit oratorium.

-terug-

 

 

 

 

 

Najaarsconcert   Cantilena/MM2042/DDD/2000
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Anneke Kaai, diavertolking
    Pim vd Hoff, spreekstem
    Jan Bonefaas, orgel
   

Op 14 oktober 2000 vond een byzonder concert plaats in de Grote Kerk van Gorinchem. Naast het beluisteren van de muziek, werden gelijktijdig passende dia's vertoont. Er werden (bewerkingen van) psalmen uitgevoerd door koor en orgel. De vertoonde dia's waren van de schilderijen uit de Psalmen-serie van Anneke Kaai.
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van Psalm 150 Stanford. Het betreft hier een live-opname.

-terug-

 

 

 

 

The Deum Laudamus   Cantilena/MM2063/DDD/2001
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Ludwig van Gijsegem, tenor
    Jan Bonefaas, orgel
   

Op 13 oktober 2001 verzorgde Het Maartenskoor een najaarsconcert in de Grote Kerk te Gorinchem. Uitgevoerd werden onder meer het te Deum van Otto Olsson en het Te Deum van Jan Bonefaas.
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van 'Christ triumphant ever Reigning', waarbij u een samenspel hoort van de solist, koor en orgel. Het betreft hier een live-opname.

-terug-

 

 

 

 

 

 

Bevrijdingsconcert A Prayer for Peace   Cantilena/BM2095/DDD/2003
Medewerkenden;   Maartenskoor o.l.v. Poula de Gier
    Gloria Dei Chorale o.l.v. Dr Allan Cline
    Cori Aalhuizen, piano
    Allan Cline, dwarsfluit
    Christopher Robertson, trompet
    Catherina Walsh, orgel
    Jan Bonefaas, orgel
   

Op 6 mei 2003 verzorgde het Maartenskoor, onder leiding van Poula de Gier, een bevrijdingscondert in samenwerking met het alom bekende Gloria Dei Chorale afkomstig uit Vancouver (Canada).
Het geluidsfragment beslaat een gedeelte van 'Heer herinner U de namen'. Het betreft hier een live-opname.

-terug-